IMG_2184.jpg

| Stelling 5 (en antwoorden van 4)

Sadhu07.jpg

| Antwoorden bij Stelling 4

Stelling 4 had betrekking op het rubberen hand experiment en luidde dat dit experiment het aannemelijker maakt dat we niet de stem in ons hoofd zijn. Daar zal je het (deels) mee eens of oneens zijn.

Hier volgen de betekenissen van beide antwoorden. Met name of je meer naar de gebruikelijke of de ongebruikelijke visie over bewustzijn neigt.

Waarschijnlijk val ik nu in herhaling, maar als je weet welke visie je hebt, dan is het ook makkelijker kiezen tussen boeken voor Zelf-Verbetering en Zelf-Acceptatie.

Het experiment is hoe dan ook geen bewijs voor de ongebruikelijke visie. Daar kan uberhaupt nooit bewijs voor worden aangeleverd, want als ie klopt, houdt het in dat sommige zaken niet conceptueel kenbaar zijn. Je kunt hooguit vaststellen dat het aannamelijk genoeg voelt om een keer de moeite te nemen om conceptueel denken los te laten.

Boeken over Zelf-Acceptatie draaien om dat conceptuele denken los te laten. Dat heeft dan vaak wel bij-effecten die bij Zelf-Verbetering worden nagestreefd, maar dat is bijzaak.

 

De antwoorden:

  • Eens -> ongebruikelijke visie -> Zelf-Acceptatie

  • Oneens -> gebruikelijke visie -> Zelf-Verbetering

In mijn e-boekje vind je voor beide antwoorden een lijst met 25 passende boeksuggesties. Er zijn er nog veel meer, want je kunt ieder boek over zelfontwikkeling in één van beide categorieën plaatsen.

 

Het gaat puur om de ultieme essentie van de schrijver en daar kan er altijd meer één van zijn in een boek.

Richard van der Linde - logo.png

| Stelling 5 – Psychologie, de ziel en mindfulness

Hier volgt Stelling 5:

Sigmund Freud is onmiskenbaar een grondlegger van de moderne psychologie. Hoewel er inmiddels vele stromingen bestaan, die in hun opvattingen en methodes enorm kunnen verschillen, hebben ze één ding gemeen: ze gaan uit van een autonoom individu dat bepaalde gebeurtenissen niet goed heeft verwerkt, wat er voor zorgt dat er onwenselijke behoeftes, gedachtes en gedrag is.

 

Tegelijkertijd is de moderne ontwikkeling dat de psychologie steeds meer technieken opneemt die voorheen vooral onderdeel waren van Oosterse wijsheidstradities. Denk hierbij aan mindfulness, yoga of verschillende vormen van meditatie.

 

Wat hier zo interessant aan is, is dat die wijsheidstradities dit soort technieken juist inzet om voorbij de perceptie te komen dat er sprake is van een autonoom individu. Dat zou een illusie zijn die de basis is voor alle behoeftes. Zonder die illusie lossen de behoeftes op. Kijk je naar het oorspronkelijke werk van Freud, dan lijkt hij – waarschijnlijk tot de verbazing van velen – te onderschrijven dat het idee van een autonoom individu een illusie is, maar ziet hij het als een noodzakelijke illusie om in de maatschappij te kunnen overleven. Wel tegen de prijs dat de (vermeende) individuen altijd met onderdrukte behoeftes zullen blijven rondlopen.

 

'. . . het onderdrukte instinct blijft onophoudelijk streven naar volledige voldoening, wat zou bestaan uit het herhalen van een primaire tevredenheidsbeleving. Geen vervangende of reactieve formatie en geen sublimatie is voldoende om de aanhoudende spanning van het onderdrukte instinct te verwijderen. ... Als er in de beschaving een onvermijdelijke ontwikkeling is van het samenleven als gezin naar een samenleven als mensheid geheel, dan zal er een intensivering van het schuldgevoel over de eigen onderdrukte emoties zijn. . . misschien wel tot het schuldgevoel opzwelt tot een omvang die individuen nauwelijks kunnen dragen.' (Freud, 1955 – vertaald uit het Engels)

 

Nu is de vraag hoe je er zelf tegenaan kijkt. Volgens de Oosterse wijsheidstradities kan het illusoire zelf niet begrijpen dat ‘ie illusoir is – het kan alleen ervaren worden door (eerst tijdelijk) weg te laten vallen. Niet dat er dan een echte zelf zou zijn – iemand gaat op zo’n moment meer door het leven als wanneer je op de dansvloer staat en zonder er bij na te denken in harmonie met je omgeving beweegt; het gaat dan vanzelf. De kritiek op Freud vanuit het Oosterse gezichtspunt is dat hij de biologische adaptatie van ons brein om een zelfbeeld te construeren om in een maatschappij te overleven als een hopeloze koers beschouwt door het ego te beschouwen als iets – eenmaal gevormd door de spanning tussen het libido (de instinctieve drijfveer) en de voorkeuren van de omgeving (de overige libido’s) – wat permanent is en slechts dragelijk kan worden gemaakt door de neigingen ervan in toom te houden door zoveel mogelijk onbewuste drijfveren bewust te maken. Deze quote van Jung, lange tijd Freud’s protegé, verwoordt mooi wat men ook bij Freud terugziet als hij schrijft dat het instinct nooit zal ophouden met zoeken naar bevrediging, maar dat het ook niet zonder onderdrukking kan (als het wil overleven in de maatschappij):

 

‘De ernstige levensproblemen worden echter nooit volledig opgelost. Mocht voor die ene keer blijken dat ze dat zijn, dan is dat het teken dat er iets verloren is gegaan. De betekenis en het ontwerp van een probleem lijken niet in de oplossing te liggen, maar in ons onophoudelijk eraan werken. Dit alleen behoedt ons voor verdomming en verstening.’ (Jung, 1920 – vertaald uit het Engels)

 

Met andere woorden: je zou kunnen stellen dat het uitgangspunt in de psychologie is dat het inherent aan onze natuur is dat er een conflict is waar we een oplossing voor zoeken. En daardoor is de kritiek vanuit de ‘Oosterse hoek’ dat vrijwel alle vormen van psychotherapie weliswaar kunnen helpen om ervaringen uit het verleden vollediger te zien, maar dat het tegelijkertijd een bron van neurose creëert doordat het de illusie versterkt dat het de ervaringen van een autonoom individu waren. Het vermindert de mentale pijn hooguit, maar lost het nooit op. Want de drijfveren komen voort uit misinterpretaties van ervaringen, maar de grootste misinterpretatie onder elke ervaring is volgens hen dat deze persoonlijk zou zijn. Zodoende wordt vanuit dat gezichtspunt de combinatie van psychologie met Oosterse technieken als mindfulness vroeg of laat voor ieder in-autonomie-gelovend individu vanzelf paradoxaal (want het maakt steeds sterker duidelijk aan de steeds meer versterkte illusie dat het een illusie is), met als bijkomend risico dat spirituele groei het ego van de beoefenaar alleen maar opblaast, soms zelfs zover dat iemand zich verheven voelt boven (alle) anderen. Behoorlijk wat verschillen in opvatting dus.

 

De stelling: het geloof in het eigen bestaan – echtheid van het ego – is noodzakelijk om te kunnen functioneren in de maatschappij.