IMG_2184.jpg

| Stelling 7 (en antwoorden van 6)

feeding-the-ducks_edited.jpg

| Antwoorden bij Stelling 6

Stelling 6 had betrekking op emoties en controle.

De stelling was dat je voor jezelf een gelukkig leven kunt manifesteren waarin geen onprettige emoties meer voorkomen.

Met deze stelling kan je het uiteraard ook alleen maar eens of oneens zijn, alleen is er voor mijn gevoel een nuancering die maakt dat ze niet zo direct door te vertalen zijn naar de gebruikelijke en ongebruikelijke visie. Vandaar dat ik drie antwoorden beschrijf, die dan uiteraard wel bij de twee visies passen.

 

De antwoorden:

  • Eens, onprettige emoties vervullen geen functie in een gelukkig leven -> gebruikelijke visie -> Zelf-Verbetering

  • Oneens, wie alles kan manifesteren zal nog steeds onprettige emoties hebben, maar minder vaak en lang -> gebruikelijke visie -> Zelf-Verbetering

  • Oneens, het is irrelevant voor werkelijk geluk of er onprettige emoties zijn of niet -> ongebruikelijke visie -> Zelf-Acceptatie

In mijn e-boekje vind je voor beide antwoorden een lijst met 25 passende boeksuggesties. Er zijn er nog veel meer, want je kunt ieder boek over zelfontwikkeling in één van beide categorieën plaatsen.

 

Het gaat puur om de ultieme essentie van de schrijver en daar kan er altijd meer één van zijn in een boek.

Richard van der Linde - logo.png

| Stelling 7 – Wetenschap

In de wetenschap wordt een aantal principes gezien als heilig. Eén daarvan is dat op basis van logisch redeneren, degene die het bestaan van iets claimt, de bewijslast met zich meedraagt. Stel dat iemand zou claimen dat koeien kunnen vliegen. Het is dan aan hem of haar om dat aan te tonen, op zo’n manier dat het ook voor anderen is vast te stellen. Degene die de claim verwerpt op het moment dat er nog geen bewijs is voor vliegende koeien, hoeft dat volgens de wetenschappelijke methode niet aan te tonen, want het is op dat moment nog slechts een aanname dat er koeien zijn die kunnen vliegen. En één van de pijlers in de wetenschap is dat de positie die de minste aannames nodig heeft meestal de juiste is.

 

Wanneer het gaat om de aard van het zelf, dan is het vreemde dat vrijwel ieder mens zichzelf beschouwt als bestaand, bijvoorbeeld in de vorm van een ziel. Echter, wanneer je het wetenschappelijk benadert, is het een feit dat de wetenschap nog geen methode heeft gevonden om het bestaan van een ziel mee aan te tonen. Daarnaast wordt het fenomeen ziel vanuit evolutionair biologisch oogpunt ook niet beschouwd als de verklaring waar de minste aannames voor nodig zijn. Er lijkt namelijk een sterke correlatie tussen de relatieve grootte van de neo-cortex ten opzicht van de rest van het lichaam en mate van bewustzijn. Zo hebben bijvoorbeeld dolfijnen en olifanten, over het algemeen beschouwd als de meer bewuste diersoorten, een relatief grote neo-cortex vergeleken met andere soorten. Op basis van gevonden schedels zou de mens zo’n 70.000-100.000 jaar geleden deze nieuwe cortex hebben ontwikkeld en bewustzijn zich in het brein heeft gevormd. Niet als een extern iets dat in het lichaam komt, maar door vorming van een ‘feedback loop’ van gedachtes – het denkproces bedenkt de denker die de gedachtes denkt. Net zoals er een luid geluid ontstaat wanneer je een microfoon voor een luidspreker houdt, zo kan er bij gedachtes over gedachtes over gedachtes (etc.) de illusie van een ik ontstaan.

 

Dat zou zelfs een succesvolle adaptatie zijn in het evolutionaire proces, omdat het meer complexe samenwerking mogelijk maakt. Alleen zou het volgens diezelfde uitleg ook de oorzaak zijn van de problemen die ontstaan door het conflict tussen instinct, intuïtie en verstand. Het fenomeen ‘ziel’ heeft dus in evolutietheorie een lagere waarschijnlijkheid dan het idee van een feedback loop. Toch is het de dominante theorie onder mensen. Het is ook de meest aantrekkelijke van de twee, want als we alleen feedback loops zouden zijn – illusies van het brein – dan bestaan we technisch gezien niet. Dat accepteren zou dan ook de grootste uitdaging zijn volgens de Oosterse wijsheidstradities.

 

De stelling: volgens de wetenschappelijke methode is het logischer om er vanuit te gaan dat we niet bestaan en dit als uitgangspunt nemen bij onze keuzes.