IMG_2184.jpg

| Stelling 8 (en antwoorden van 7)

IMG_1128-846x1024.jpg

| Antwoorden bij Stelling 7

Stelling 7 had betrekking op wetenschap. Is het wel zo logisch om wetenschappelijke vraagstukken te benaderen vanuit de aanname dat er een ik is?

Als je al wat in het boekje hebt gelezen en misschien ook bij andere stellingen hebt stil gestaan, dan zullen de implicaties van de antwoorden je niet meer zo verrassen.

 

De antwoorden:

  • Eens, de wetenschappelijke methode maakt het logischer om niet vanuit een hypothetische ik (of ziel) te redeneren -> ongebruikelijke visie -> Zelf-Acceptatie

  • Oneens, het zou gezien het feit dat je het leven ervaart vanuit een ik-positie niet onlogisch zijn om vanuit dit gezichtspunt wetenschap te bedrijven -> gebruikelijke visie -> Zelf-Verbetering

In mijn e-boekje vind je voor beide antwoorden een lijst met 25 passende boeksuggesties. Er zijn er nog veel meer, want je kunt ieder boek over zelfontwikkeling in één van beide categorieën plaatsen.

 

Het gaat puur om de ultieme essentie van de schrijver en daar kan er altijd meer één van zijn in een boek.

Richard van der Linde - logo.png

| Stelling 8 – Arbitraire grenzen

Met de komst van diverse wetenschappelijke inzichten, werd het ook mogelijk om steeds kleinere deeltjes waar te nemen. Ooit werd het atoom gezien als het kleinste deeltje, vandaar ook de naam – a-tomos is oud-Grieks voor niet-deelbaar – maar inmiddels zijn we al enige tijd bekend met het fenomeen sub-atomaire deeltjes. Maar los van dat we kleine deeltjes hebben leren waarnemen, zijn we ook op het probleem gestuit dat deze deeltjes zich soms als energiegolven gedragen en we hebben er als mensheid nog geen verklaring voor hoe dat kan. Wel hebben we vastgesteld dat 99,9999999999999% van het volume van atomen lege ruimte is.

 

Het kleine deel wat niet als leeg wordt beschouwd, is nagenoeg gewichtsloos en herbergt ook nog wat onduidelijkheden voor ons. Hoe dan ook, aangezien we uit atomen zijn opgebouwd, bestaan we dus vooral uit lege ruimte. En de afbakening van objecten, inclusief onze lichamen, zijn niet zo hard als onze ogen dat waarnemen.

 

Als je iemand een hand geeft en daar maar genoeg op inzoomt, dan zal het onmogelijk zijn om te zeggen waar jij begint en de ander ophoudt. Dat werpt dan meteen de vraag op wat je beschouwt als ‘ik’ – welke atomen wel en welke niet?

 

Als je een banaan eet, wanneer beschouw je die als atomen die vallen onder die ‘ik’? En waarom trek je de grens waar je die trekt? Je zou, als uitweg, kunnen stellen dat je alle atomen waar je controle over hebt beschouwt als die van jezelf, maar dan moet je je beseffen dat er in een gezond lichaam van alles leeft, zoals de bacteriën in je spijsverteringsstelsel. Overigens  voltrekken veel lichamelijke processen zich ook zonder dat je daar bewuste invloed op uitoefent. Denk maar aan bloedcirculatie, celdeling en (meestal) ademhaling.

 

Last but not least: dat wat andere mensen tegen iemand zeggen heeft over het algemeen invloed op hoe diegene zich voelt en hoe die zich gedraagt. Zo kan bijvoorbeeld iemand iets tegen je zeggen waardoor je ademhaling onbewust verandert. Dus ook op deze manier wordt het lastig om een scheiding aan te brengen tussen wat jij bent en wat je niet bent, zonder dat die arbitrair is.

 

Natuurlijk verwarren we onszelf zelden met iemand anders en lukt het ons meestal ook wel om ons eigen huis te vinden – tenminste, in nuchtere toestand dan – maar een degelijke scheiding maken is toch niet makkelijk. Dat kan betekenen dat die afscheiding alleen conceptueel bestaat en we eigenlijk niet meer zijn dan een lokaal bewust deel van een alomvattend ecosysteem dat zichzelf decentraal aanstuurt. Het kan ook betekenen dat je het gevoel hebt dat het slechts een kwestie van tijd is voor we dit wel kunnen duiden. Voor geen van beide posities is er absoluut bewijsmateriaal. Volgens de filosofen en wijsheidstradities die elke vorm van afscheiding als uitsluitend conceptueel beschouwen, zal er ook nooit zulk bewijs komen. Net als dat je niet kunt bewijzen dat rode zwanen niet bestaan.

Stelling: er valt een precieze, logische duiding van ‘ik’ aan te geven, ook al lukt ons dat nu nog niet.

Tip: over deze stelling kan je meer lezen in o.a. het zeer toegankelijke  The Antidote van Oliver Burkeman. De Nederlandse vertaling heet Tegengif.